Hoe kom je erop? | maakprincipes deel 3 | VOOR MAKERS

Vaak krijg ik de opmerking over mijn werk of programma's: ‘je moet er maar opkomen’. Dat suggereert een soort mythe over creativiteit namelijk dat het me invalt. Dat is het niet, het is aan het werk gaan en maken vanuit een aantal voor mij belangrijke principes. Deze 'maakprincipes' zie ik steeds terugkomen. Misschien zijn ze er intuïtief ingeslopen of waren ze er altijd al. Ik deel ze. Voor mijzelf, om beter te worden en mijn eigen 'stijl' te vinden. En wie weet helpt het jou als maker ook. Dit keer de maakprincipes 5 (Eerlijk naar de toeschouwer) en 6 (Met minimale impact op het milieu).

5. Ik wil eerlijk zijn naar de toeschouwer.

De toeschouwer wil ik serieus nemen, hij/zij heeft de moeite genomen te kijken naar mijn werk. Ik wil daarom eerlijk zijn naar de toeschouwer en het er mij niet omwille van efficiëntie of financieel voordeel gemakkelijk van af maken.


De tranentent is een goed voorbeeld van dit principe. Het was wellicht makkelijker geweest om nieuwe gelijke zakdoeken te kopen en die aan elkaar te naaien tot een doek. Maar juist het feit dat al deze zakdoeken in gebruik zijn geweest en mogelijk daadwerkelijke tranen hebben opgevangen maakt dat het voor mijn gevoel klopt en ik hoop dat de toeschouwer dat uiteindelijk ook voelt. In ‘ora et labora’, bidden en werken, op klooster Nieuw Sion gebruikte ik een dominicaanse capuche ipv een cisterciënzer kap als metafoor voor bidden. Terwijl het cisterciënzer monniken waren die er hadden gewoond. Ik baal nog steeds een beetje dat ik het mij destijds te makkelijk heb gemaakt.


Dat eerlijk zijn naar de toeschouwer is iets wat Marina Abramovic ook hoog in het vaandel heeft zijn. Marina heeft de performance-art als het ware uitgevonden en tot een breed gewaardeerde kunstvormverheven. In ‘The Artist is Present’ positioneert zij zichzelf kwetsbaar en open tegenover de bezoeker die voor haar komt zitten. De eerste weken nog met een tafel ertussen, later zonder, laat zij zich raken door dat wat diegene voor zich met zich meeneemt. Met regelmaat is zij zelf ontroert door het oogcontact.


The artist is present door Marina Abramovic in het MoMa

Jarenlang werkte ze samen met Ulay. Hun relatie en samenwerking stopte op de Chinese muur, waar ze beiden van een kant naar elkaar toeliepen. In de documentaire Homecoming, waar dit werk in terug komt, kom duidelijk naar voren hoe veel belang ze hecht aan eerlijkheid t.o.v. de toeschouwer en het werk zelf:


We ontmoetten elkaar uiteindelijk op 27 juni 1988. Alleen verliep die ontmoeting bepaald niet zoals we hadden afgesproken. In plaats dat ik Ulay zag terwijl hij mij vanuit tegengestelde richting tegemoet liep, wachtte hij me op bij een uitzichtpunt tussen twee tempels. Een Confucianistische en een Taoïstische tempel. Hij zat daar al drie dagen. Waarom had hij daar halt gehouden? Omdat dit de meest fotogenieke plek voor onze ontmoeting was. Dat fotogenieke kon me niks schelen! Hij had ons concept omwille van de esthetiek geschonden.


Die eerlijkheid is ook wat ik zo waardeer in het werk van fotograaf Kees Muizelaar, die unieke verhalen en situaties vastlegt zonder er maar iets van in scéne te zetten. Zoals de serie Achter de IJssel en de Veehandel.

6. Ik wil minimale impact hebben op het milieu.

Ik werk ook graag met bestaand, tweedehands materiaal vanwege de beperktere impact op het milieu. Kunst maken heeft al iets ijdels als ik daarmee ook nog mijn ecologische voetafdruk enorm zou vergroten zou niet ok voelen. Dus van mij hoef je geen purschuim of levensgrote opblaaseenden te verwachten (wijs me even op deze blog mocht je wel een koerswijziging opmerken 😉). Daarnaast geloof ik door bestaand materiaal een nieuwe functie te geven, mensen ook anders zullen gaan kijken naar die spullen. Een andere kijk op je spullen versterkt mogelijk de relatie die je er mee hebt en daarmee ook de zorg ervoor.


Papier van hier is misschien wel het meest letterlijk en puur een presentatie van daadwerkelijk afval. Dit lege, ongebruikte notitieblok was al weggegooid, maar door de elementen toch beschreven met wonderlijke schimmels. Door de blaadjes los in een cirkel op de grond ten toon te stellen als ‘kunst’, liepen mensen er met ontzag, braaf om heen terwijl het een week daarvoor nog in de afvalcontainer lag.


Carolien Adriaansche werkt op een inspirerende manier met plastic afval. Ze maakt met dit afval werk waar je blij van wordt, waardoor je er op een andere manier naar gaat kijken. Daarnaast is er nog een voordeel van het werken met bestaand materiaal aldus Adriaansche.

Adriaansche werkt met wat ze krijgt of vindt op straat of op het strand en duikt „heel graag in containers”. Dat is ook het leukste, vindt ze, dat je door het materiaal verrast wordt. Daarom al die spullen om haar heen, zodat het toeval ook kan ontstáán. En dan begint ze gewoon. Soms werkt het, soms niet. „Aanmodderen” noemt ze het. – NRC 18 okt. 2021

Carolien Adriaansche

Zo dat was al weer deel 3 van mijn maakprincipes. Ik heb er nog een paar staan, tot deel 4!