Hoe kom je erop | maakprincipes deel 2 | VOOR MAKERS

Vaak krijg ik de opmerking over mijn werk of programma's: ‘je moet er maar opkomen’. Dat suggereert een soort mythe over creativiteit namelijk dat het me invalt. Dat is het niet, het is aan het werk gaan en maken vanuit een aantal voor mij belangrijke principes. Deze 'maakprincipes' zie ik steeds terugkomen. Misschien zijn ze er intuïtief ingeslopen of waren ze er altijd al. Ik deel ze. Voor mijzelf, om beter te worden en mijn eigen 'stijl' te vinden. En wie weet helpt het jou als maker ook. Dit keer de maakprincipes 3 en 4.

3. Ik gebruik graag herkenbare voorwerpen.  

Herkenbare gebruiksvoorwerpen hebben al een verhaal. Ze worden of zijn gebruikt in een bepaalde context, ooit met een bepaalde reden gemaakt en later weggedaan. Iedere toeschouwer is het voorwerp wel eens tegengekomen, heeft het zelf gebruikt of minstens gezien op tv of in boeken. Daarmee is het ooit al eens het contact, een relatie aangegaan met de toeschouwer. Sommige spullen roepen fijne associaties en zelfs emoties op, zoals het aardappelschilmesje wat je oma altijd gebruikte om appeltaarten te maken. En hetzelfde voorwerp kan bij een ander negatieve associaties en emoties oproepen. Daarnaast zijn er voorwerpen die een universele lading hebben, zoals een kaars met prikkeldraad (Amnesty), vrijheidsbeeld, hamer enz.. Juist die al aanwezige associaties, maakt dat er contact kan ontstaan tussen het werk en de toeschouwer. Klinkt misschien wat vaag dit, maar ik zal een voorbeeldje geven.

De tranentent bestaat uit zo’n 70 gebruikte zakdoeken. In interactie met toeschouwers heb ik gemerkt dat iedereen er wel een zakdoek in zag die eigen herinneringen opriep. Een vintage kinderzakdoek die ze zelf ook nog bij zich gedragen hadden of eenzelfde zakdoek als opa altijd bij zich had. Zo maakte het werk enkel door de esthetiek en materiaalkeuze contact. Daarnaast heeft een zakdoek universele associaties van verdriet, uitzwaaien, herinneren (knoop in je zakdoek). Vanuit contact kunnen eventuele verdere lagen uit het werk ingang vinden.

Mark Manders werkt ook op deze manier. De werken die hij maakt hebben een grote geheimzinnigheid om zich heen, maar ze maken in eerste instantie wel contact omdat hij herkenbare spullen gebruikt. Je ziet vaak linialen, gezichten, theezakjes, stoelen, tafels en potloden in zijn werk terug komen. Mark Manders die eigenlijk een opleiding volgde om schrijver te worden kwam op het spoor van de kunst omdat:

'Ik ging schrijven met voorwerpen, want dingen hebben een hele andere relatie met het denken dan schrijven met woorden.' - Mark Manders


Mark Manders - The Absence of Mark Manders

Die relatie die voorwerpen hebben met het denken is het mij ook om te doen.

4. Ik wil schone, gelaagde dingen maken.

Er is genoeg lelijkheid in de wereld. Wat mij betreft moet kunst schoonheid brengen. Zonder te weten wat dat precies is. Ik hoop dingen te maken die mensen mooi vinden. In ieder geval wil ik het zelf mooi vinden. Naast een bepaalde schoonheid hoop ik dat als je langer kijkt je ‘meer’ ziet, een bepaalde gelaagdheid of verhaal die zich pas ontsluit als je het werk meer van je tijd geeft.

Zo kon ik zelf al enorm genieten van het grafische patroon wat ontstond in het werk lopend vuurtje. Voor deze installatie heb ik 1544 lucifers op een zwarte rand van de vloer in de kloostergang van Nieuw Sion gelegd. Dat wit op zwart en het ritme van de lucifers maakte het voor mij al geslaagd. Als je het werk je tijd en aandacht gaf kon je ontdekken dat één lucifer stond voor elke maand dat het klooster bestaat, met op de laatste lucifer de drie dagen ingekleurd dat dit werk onderdeel was van het festival. Het festival werd onderdeel van de traditie en maakte mede mogelijk dat het vuur werd doorgegeven en tegelijkertijd past enige relativering van het moment, gezien de historie. Deze gelaagdheid is waar ik naar zoek ben en ook wat mij aantrekt in werk van andere kunstenaars.

Daar is ze weer, Cornelia Parker, heeft dat op een bijzonder mooie manier gedaan door een soort kapel, tent te maken van afvalmateriaal. Op het oog, is het gewoon een mooie, prachtige ruimte. De gelaagdheid zit echter in het materiaal. Dit werk is gemaakt van de vellen die overblijven na het maken van de zogenaamde Poppyroosjes. Deze popproosjes worden elk jaar gemaakt ter nagedachtenis aan hen die vielen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Elk roosje staat voor een slachtoffer. Daarmee krijgt het werk ineens een compleet andere lading.


Cornelia Parker’s poppies in Whitworth

Zij zei in een item van Kunstuur:

‘Met dingen die iedereen kent wil ik iets beschrijven wat je niet kent. Iets ondoorgrondelijks.’ - Cornelia Parker

Een streven wat ik herken. Zo dat was deel 2 van mijn maakprincipes. Er gaat een deel 3 komen, stay tuned!