Bas Beeldbuis Beschouwing | Mark Manders

Mark Manders vind ik één van de meest fascinerende kunstenaars die er is. Dit item van hollandse meesters heb ik zeker al zo’n tien keer gezien, soms twee keer achter elkaar. Hij is onnavolgbaar en tegelijkertijd klinkt het volstrekt logisch en waar wat hij zegt. Of in ieder geval vind hij dat zelf. Met enig ongemak dan ook kijk ik dit item. In dit item inspireert het vooral hoe hij een ruimte voor zichzelf heeft weten te creëren, waarin hij constant ideeën op kan doen, er aan kan werken en ideeën kunnen rijpen.

Het item vind je hier.

Mark Manders is een Nederlandse, maar internationaal bekende kunstenaar. Manders' oeuvre bestaat voornamelijk uit installaties, tekeningen, sculptuur en korte films. Manders zegt dat zijn installaties onderdeel uitmaken van zijn Zelfportret als gebouw. Zijn werken hebben herkenbare vormen, maar zijn tevens vervreemdend, mysterieus en soms zelfs contemplatief.

Enkele inspirerende en/of voor mij herkenbare fragmenten uit dit item:

        Ik begin heel vaak aan iets met het gevoel dat het supergoed wordt, dat is het natuurlijk nog helemaal niet. (0.10-0.25)

Ik denk heel herkenbaar voor iedere maker, wanneer je een idee invalt, je er meteen enthousiast van wordt en denkt dat het je beste idee of werk ooit kan gaan worden. Je staat te popelen om er mee aan de slag te gaan. Heerlijk als dat dat ook meteen kan, maar de realiteit is vaak anders. Een rommelig atelier, andere bezigheden etc.. Vaak helpt het als je in ieder geval al vast 1 stap kan zetten of het idee schetsmatig of in tekst kan opschrijven, zodat het je niet ontglipt.

        Je kunt theezakjes zo neerzetten dat ze als woorden gaan functioneren (2.25-2.40)

Huh?! Ehm nee of… ja! Ik maak zelf ook graag gebruik van voorwerpen in het werk wat ik maak. Ze vertellen een verhaal en samengebracht in een nieuwe compositie kan er een nieuw verhaal ontstaan. Heerlijk hoe Manders hier het volkomen logisch voor het voetlicht brengt.

        Soms besteed ik juist mijn tijd aan de dingen waarvan ik niet weet waar het uit gaat komen. En sommige dingen waarvan ik weet dat ze goed gaan zijn, besteed ik geen tijd aan, want ik weet al dat ze goed gaan zijn. (3.59-4.29)

Een idee waarvan je weet dat het gaat werken is oninteressant. Of wanneer je het geworstel met een idee of kunstwerk voorbij bent en het simpelweg nog afgemaakt moet worden, is het moment waarop (in ieder geval bij mij en ik denk bij veel makers) het juist blijft liggen. Het leukst is dat werk of idee waarin het maakproces je nog onverwachte kanten op gaat leiden.

        Alles is er op ingericht dat ik ideeën krijg, ik heb ook vaak het idee dat ik het niet zelf bedenk maar mijn atelier mij de ideeën geeft. (5.00-5.10)

Te gek! Ik wil ook zo’n werkomgeving en atelier. Hoe heerlijk zou dat zijn. En hoe heerlijk relativeert ook Manders zijn eigen rol. De druk van een 'geniale kunstenaar' moeten zijn zoals ik in mijn eerdere blog schreef, gaat aan Manders voorbij. Hij ziet zichzelf veel meer als dirigent, als diegene die ordent en samenbrengt wat er al is. Dat zonder druk maken maakt hem ontvankelijk, waardoor de potentie van dat wat er in het atelier aanwezig is zich in hem synergie vind.

        Dingen waaraan ik werk? Een stuk of 20. Ik heb dit een jaar geleden opgesteld en net weer eens aan begonnen. (5.30-5.45)

Hier geloof ik enorm in. Ideeën, werk durven laten rijpen. Verzamelen, beginnen met maken wat je fascineert en als het maakproces te erg begint te stollen, durven afstand nemen. Zowel bij de programma’s die ik maak als de kunst doe ik dat bij regelmaat. Ik heb een map vol met onaffe programma-ideeen en een atelier vol met spullen die me intrigeren, maar waarvan ik nog geen flauw idee heb wat en of ik er ooit iets mee ga maken. Voor elke maker een must denk ik om te zoeken naar welke manier van werken en wat voor fysieke omgeving je nodig hebt om in een ‘flow’ te blijven. En te verzamelen wat je triggert zonder dat je precies weet waarom.

        Wanneer is het af? Euh ja wanneer ik wil dat het af is eigenlijk. (6.08-6.20)

Wederom een heerlijke relativerende opmerking. Maak jezelf en je werk niet te belangrijk.

        De wereld is ook altijd af. (8.25-8.30)

Nadenkertje… mij ontspant het in ieder geval, de wereld heeft mijn ideeën en mijn werk niet nodig om af, heel te zijn. Het is er al, ik kan het helpen aanwijzen door de programma’s en het werk wat ik maak.

        Ik ging schrijven met voorwerpen, want dingen hebben een hele andere relatie met het denken dan schrijven met woorden. (9.50-10.20)

Eens.

Einde 😉, nu zelf kijken!