Herbestemmen op een heilige afgrond

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zegt in het artikel ‘Help de kerk is nu een trampolineparadijs’ (01-01-20 NRC) dat “Kerkgebouwen ons als mensheid optillen.” Dat optillen wordt volgens mij vervolgens wat al te letterlijk opgevat als je een kerkgebouw volzet met trampolines. Een plek die door de meeste ouders eerder met de hel dan de hemel zal worden vergeleken.

De oorspronkelijke bestemming van een kerkgebouw is om de geloofsgemeenschap samen te brengen en een dak boven het hoofd te bieden. Een huis waarin voor sommige gelovigen God zelf woont. Het kerkgebouw heeft in de loop van de eeuwen een eigen kenmerkende architectuur gekregen, met eenzelfde doel. Het kerkgebouw moet verwijzen naar of ontvankelijk maken voor het goddelijke. In de hoop dat de hemel er zo af en toe de aarde raakt.

Nu veel kerkgebouwen opnieuw bestemd moeten worden openen er zich dus ook nieuwe kansen om recht te doen aan de oorspronkelijke bestemming. Om mensen in contact te brengen met dat wat heelt, en wat heilig voor hen is.

De Rijksdienst heeft de kerkklok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt wanneer ze werkelijk meent dat een trampolineparadijs daar óók geschikt voor is. Want hoe subjectief heiligheid ook is, er zijn wel degelijk inzichten die kunnen helpen te bepalen wat wél en niet een goede herbestemming is.

Bijvoorbeeld door kerkgebouwen als een heteropie te beschouwen, een begrip van Michel Foucault. Een utopie is volgens hem een gedroomd, ideaal land dat het nooit écht zal bestaan. Een heterotopie daarentegen is een bestaande plek waar de weerbarstige en gebroken realiteit samen komt met de hoop en verbeelding van dat het anders zou kunnen zijn. Precies voor dat doel zijn kerken ooit gebouwd.

Foucault beschrijft vijf kwaliteiten die elke heteropie herbergt. Zo is een heteropie altijd verbonden met een specifieke context. Is het een plaats van contradicties en paradoxen. Het is verbonden met breuken in de tijd – denk bijvoorbeeld aan een kerkhof –, er gelden ongeschreven riten en regels en staat in verbinding met de omringende ruimte.

Herbestemmingen tot een bibliotheek, boekhandel, museum, cultureel podium of een kleinschalig, idealistisch hotel kunnen deze kwaliteiten herbergen en daarmee ook iets van de heilige potentie van de kerk behouden.

Elke ouder weet: trampolineparken kunnen dat niet. Erger, ze kunnen zelfs de heilige potentie van andere kerkgebouwen die nog wel in functie zijn schaden. Ze zorgen voor devaluatie. Kerkgebouwen staan namelijk ook in een relatie met elkaar. Mijn dochters herkennen een kerk uit de verte, maar het is maar de vraag of ze straks bij een kerk aan hun eigen sprongen naar het hogere zullen denken of aan de verering van het hogere.

De invulling als speelparadijs is ééndimensionaal, namelijk plezier. Je móet er wel in het nu zijn, anders maak je brokken. De regels die er zijn, zijn er vanwege de veiligheid, niet vanwege de heiligheid.

Speelparadijzen worden niet mooi door ze in een kerkgebouw te zetten, terwijl een industrieterrein er juist van opknapt. Eigenlijk pleit er maar één ding voor een herbestemming als speelparadijs. De kerk als fysiek omhulsel wordt er in contrast wél weer mooier van. Misschien is dat dan toch genade.